'Het voelt alsof we elkaar al veel langer kennen'

UvA-studenten Rosa Rietkerk (21) en Wassim Mahmoud (29) doen mee met Refugees@campus: een project dat vluchtelingstudenten koppelt aan Nederlandse mentoren. Hoe werkt dat? Folia ging langs en at meteen een Syrisch rijstgerecht mee. ‘Het voelt alsof we elkaar al veel langer kennen.’

Het ruikt naar kruiden. En kip. UvA-student Wassim Mahmoud (29, master International Development Studies) roert in een flinke stoofpan in de keuken van zijn kleine, knusse appartement in Voorschoten. ‘Kijk, in de boekenkast,’ zegt Rosa Rietkerk (21, bachelor politicologie), die bordjes op tafel zet. ‘Daar staat De kleine prins, in het Arabisch.’ Rosa en Wassim ontmoetten elkaar een half jaar geleden, in cultuurcentrum Crea. Ze doen mee aan het project Refugees@campus van Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF, die hoogopgeleide vluchtelingstudenten begeleidt en helpt bij sollicitaties, studiekeuze en -financiering. Het project koppelt vijfhonderd vluchtelingstudenten aan Nederlandse “mentoren” – al is dat wel een gekke term, zegt Rosa.

Ze schenkt limonade in. ‘We zijn meer vrienden. Het voelt alsof we elkaar al veel langer kennen.’ Vorig jaar was er veel kritiek op vluchtelingen, zegt Rosa. ‘Toen ik een folder zag, besloot ik me aan te melden. Ik wilde hen laten weten dat ze welkom zijn.’ Wassim: ‘Ik had een voorkeur voor iemand van mijn studie, social sciences. Ik deed eerder banking insurance, dus dit was best lastig op masterniveau.’ Rosa: ‘Het leek me mooi een vriendschap op te bouwen. Om te laten zien: we zijn gelijkwaardig.’ Wassim tilt een pan op tafel. Hij heeft al kabsa gekookt: een Syrisch rijstgerecht met rozijnen, drie kleuren paprika’s, kip, en kruiden uit Saoedi-Arabië. Als hij een Syrisch recept zoekt, belt hij zijn moeder in Damascus – die woont daar nog. De juiste kruiden, falafel of Syrische broden vindt hij bij de Marokkaanse winkel.

Terug naar Syrië

Als de oorlog voorbij is, hoopt hij terug naar Syrië te gaan. ‘Om te helpen met wederopbouw. Met mijn masters degree hoop ik een goede steun voor Syrië te zijn.’ Kritisch land Toen Wassim in Nederland kwam, eind 2014, hoopte hij zich meteen in te schrijven bij het UAF. Dat ging niet: hij moest eerst het B1-niveau Nederlands behalen. ‘In het azc lukte dat niet,’ zegt hij. ‘Mijn mentale situatie was niet goed genoeg, en ik sprak veel Engels.’ Toen hij zijn woning in Voorschoten kreeg, haalde hij het niveau binnen één jaar. ‘Het UAF hielp toen met collegegeld voor een premaster aan de UvA, reiskosten naar Amsterdam en het IELTS-toelatingsexamen. Toen ik ging studeren, heb ik een mentor gevraagd.’ Inmiddels spreken ze elkaar regelmatig. Ze gingen naar het Rijksmuseum en naar de film, schaatsten, en in de kerstvakantie aten ze pannenkoeken in Rosa’s ouderlijk huis. ‘Binnenkort gaan we naar de Melkweg,’ zegt Rosa. ‘Maar jij houdt van techno, toch? Dat wordt een compromis.’ Ze lacht. ‘En Wassim wil mijn moeder en zusje nog uitnodigen.’ Wassim: ‘Gezellig. The more, the merrier.’ Rosa: ‘Mijn moeder vraagt ook altijd naar Wassim.’ Rosa hielp Wassim vooral bij zijn studie: opdrachten, presentaties, een verwijzing naar een studieadviseur. Wassim is perfectionistisch, zag Rosa. En hij moest wennen aan het schoolsysteem: in Syrië was het niet gebruikelijk om te discussiëren en directe kritiek te leveren op auteurs van teksten. ‘Ze wilde checken hoe het met me ging,’ zegt Wassim. ‘Dat vond ik echt goed.’ Rosa: ‘Of toen het sneeuwde, dat vond Wassim heel grappig. Maar hij regelde alles zelf. Hij is heel ondernemend. Dat is inspirerend.’ Wassim: ‘Zij zorgt, ik zorg.’

(Rosa en Wassim zijn geinterviewd door Folia. Wil je het volledig verhaal lezen? Klik hier)