Heba Alibrahim

Als klein meisje wist Heba Alibrahim (20) al wat ze wilde worden: ‘Hetzelfde als mijn vader: KNO-arts. Mijn vader kreeg zijn patiënten altijd weer aan het lachen. Dat wilde ik ook.’ Nu ze gevlucht is uit haar thuisland geeft het UAF haar de kans op een nieuwe toekomst.

Heba bruist van de energie en heeft een stralende lach. Samen met haar ouders en haar zus kwam ze terecht in het ‘strenge’ en conservatieve Bunschoten-Spakenburg, waar mensen haar aankeken alsof ze van een andere planeet kwam. Dat stak haar, want haar leven was goed in Syrië: ‘We woonden in een mooi huis, ik had een lieve familie en haalde hoge cijfers; het was perfect.’

‘Ik boende het bloed van de vloer’

Toen IS op het punt stond haar dorp binnen te vallen, vluchtte de familie naar het ziekenhuis waar vader werkte. Daar bleven ze zeven maanden. ‘Ik hielp mijn vader en maakte schoon. Ik boende het bloed van de vloer en probeerde mensen te troosten.’

Totaal onverwacht werd haar vader opgepakt. Iets wat Heba nog steeds niet begrijpt: ’Mijn vader hielp iedereen, ongeacht religie of politieke overtuiging. Dus ook tegenstanders van het regime.’ Toen hij na vier maanden weer vrij kwam, besloot de familie te vluchten.

Zelfvertrouwen

In Nederland begint Heba’s leven opnieuw: ‘Hier kan ik weer dromen, kan ik weer nieuwe dingen leren. Hier is meer rechtvaardigheid. Hier zijn we veilig.’ Enthousiast vertelt ze over haar studentenbegeleider bij het UAF: ‘Ik wilde eerst een hbo-opleiding gaan doen, maar toen hoorde ik over een snellere route: de VASVU, een vooropleiding tot de universiteit. Mijn begeleider zei: “Je bent slim en je hebt hoop, dan is dit een goede route voor jou”. Dat gaf me zoveel zelfvertrouwen. Zonder deze morele steun en de financiële ondersteuning was het nooit zo snel gegaan.’

Heba denkt vaak terug aan Syrië: ‘Sommige mensen denken dat ik alles vergeten ben omdat ik altijd zo vrolijk ben, maar ik vergeet nooit wat ik heb meegemaakt. Syrië zit in mijn hart en mijn verdriet ook. Tegelijkertijd vind ik dat we door moeten. We kunnen wel blijven wanhopen, maar uiteindelijk moeten we ook verdergaan met leven.’

Ooit wil ze terug naar haar geboorteland: ‘Mijn droom is om Syrië net zo mooi te maken als Nederland. Ik wil mijn vaders kapot geschoten ziekenhuizen weer opbouwen en als KNO-arts aan het werk. Ik heb hoop voor Syrië. Wij kunnen en we zullen het land weer opbouwen.’